archiveren

Politics


Over de transitie in de jeugdzorg wordt veel gesproken en nu zo langzaam aan gelukkig ook besloten. Iedereen is het er wel over eens dat er veel op gemeentes af komt en dat de financiering eerder aan de krappe dan ruime kant zit. Echter door maar te blijven roepen dat er niet genoeg tijd en geld is en dat de kwaliteit achteruit zal hollen schiet niemand iets op, gemeentes niet, zorgaanbieders niet en clienten zeker niet. We moeten juist bezig gaan met de zaken waarvan we al weten dat we ze op moeten pakken en binnen de kaders en beperkingen die er zijn de transitie zo goed mogelijk inrichten. Ik steun iedere oproep richting Den Haag om de gemeentes meer tijd te gunnen, maar we weten dat we niet aan de transitie ontkomen en kunnen het ons niet veroorloven om op de uitkomst van deze discussie te blijven wachten.

Zowel in de stedelijke commissie als in de Raadsvergadering van 24 juni jl heb ik de bezuiniging, want daar gaat het vanuit rijkswege wel in de eerste plaats om, zeker niet als zoete koek verkocht. De mening dat de transitie voor sommige partijen automatisch in kwaliteitsverbetering uit zal pakken deel ik niet, wel zie ik kansen en mogelijkheden om daadwerkelijk veranderingen in het systeem aan te brengen die zowel de clienten als de financiers (voor een groot deel de belastingbetaler) voordelen op leveren. Hiertoe moeten wel bestaande structuren en culturen doorbroken worden, en mijn angst is dat de bereidheid om structuren anders in te richten niet groot genoeg is en dat de noodzakelijke cultuurverandering veel meer tijd nodig heeft. Het lastigste bij een cultuurverandering is dat het schier onmogelijk is om die op een vastgestelde deadline te bereiken, het gaat immers om ongrijpbare zaken die ingebakken zijn in de bedrijfscultuur en opvattingen van mensen.

In Enschede is nu een visie nota vastgesteld die uit gaat van eigen kracht en het organiseren van de zorg zo dicht mogelijk bij de mensen. Veel concrete punten staan er nog niet in, maar als het aan mij ligt worden mensen niet eerst twee maanden van het kastje naar de muur gestuurd na een eerste contact, hoeven ze niet meerdere malen hun verhaal te doen en hoeven ze niet met een trits aan zorgverleners afspraken te maken hoe de zorg voor hun kind te organiseren. Dit zijn problemen die vooral ouders nu in het systeem van de jeugdzorg ervaren en waarvoor we nu de kans hebben om deze op te lossen. Om dit om te draaien naar een positieve ervaring moeten gezinscoaches afspraken kunnen maken met aanbieders (daarbij de keuzevrijheid van ouders en jongeren uiteraard wel respecteren) en moet informatie beter gedeeld worden. Met name feedback binnen het systeem is nu gebrekkig waardoor de ene zorgverlener niet weet wat een ander gedaan heeft aan interventies, laat staan weet wat daar de uitkomsten van zijn. Hier zitten ook juridische haken en ogen aan en ik kan vanuit mijn ervaring als IT professional spreken: een dergelijk systeem zet je niet in een of twee jaar op. Bovendien moeten alle betrokken partijen zich committeren aan één systeem met één set aan definities en gegevens. Alleen al het overzetten van bestaande gegevenverzamelingen naar een nieuwe kan partijen er toe doen bewegen hier weinig enthousiasme voor te tonen. Gemeenten moeten dan ook een stok achter de deur hebben om hen hier toch toe aan te zetten. Enschede doet mee aan een pilot om dit op te zetten, ik ben uiterst benieuwd naar de resultaten en wat de verwachtingen zijn als een dergelijk systeem regionaal uitgerold moet worden.

We kunnen alleen andere resultaten (gelijke of betere kwaliteit met minder geld) alleen bereiken als we zaken ook echt anders gaan doen. Een motie van de VVD die op riep om terughoudend te zijn bij het overnemen van preffered supplier schappen of bestaande langlopende contracten en zoveel mogelijk ruimte te bieden aan nieuwe partijen kon op de steun van het CDA en gelukkig die van een meerderheid rekenen. De bezwaren kwamen met name van de kant van de SP, die vreest dat lopende zorgarrangementen weg zullen vallen. Continuiteit moet gewaarbotgd blijven, maar we moeten anders durven kijken naar de organisatie van de zorg en de samenwerking met betrokken partners. En als het nodig is moeten we structuren doorbreken, als de gemeentes alles hetzelfde doen als de provincie of het rijk voorheen, dan zal de bezuiniging niet worden gehaald en zal de kwaliteit zeker niet verbeteren.

Zie ook mijn eerdere bericht over dit onderwerp: https://ejilgun.com/2013/06/04/transitie-jeugdzorg-grote-opgave-grote-zorgen/

Advertenties

Een van de belangrijkste thema’s in de komende verkiezingen lijkt Europa te zijn. De uitkomst zal de houding van Nederland ten opzichte van de Europese Unie, de Euro en bijbehorende economische en politieke crises voor een belangrijk deel bepalen. Een aantal partijen zijn uitgesproken voor of tegen alles wat met Europa en de Euro te maken heeft. Dat lijkt makkelijk, dan kun je ook eenvoudiger een keuze maken en hoef je ook niet lang na te denken en kun je weer verder gaan. Voor een aantal andere partijen, waaronder het CDA, is het niet een keuze van 100% voor of tegen. Op veel terreinen staat de partij voor samenwerking en integratie in Europees verband maar plaatst ook een aantal kritische noten. Een van de voorbeelden hiervan is het standpunt dat het Nederlandse pensioenstelsel een Nederlandse aangelegenheid moet blijven. Het is niet in het belang van Nederland om zomaar de Zuid Europese landen te laten vallen maar het kan niet zo zijn dat een blanco cheque wordt uitgeschreven. Deze positionering en houding ten opzichte van de EU, de Euro en Europese instellingen maakt het niet makkelijk om in korte tijd goed uit te kunnen leggen waar het CDA op verschillende punten staat, juist daarom is het van belang om je in de EU te verdiepen, het bepaalt al voor een belangrijk deel hoe we als burgers in een steeds globaliserende wereld leven.

We hebben in de tweede helft van de jaren ’90 en in het eerste decennium van deze eeuw een ongekende groei in onze welvaart meegemaakt en worden nu geconfronteerd met wat achteruitgang. Nu we de pijn hiervan beginnen te voelen zijn onderwerpen als pensioen, de AOW leeftijd en de kosten voor zorg immens belangrijk geworden. Werd hier in de voorgaande jaren niet over gesproken? Uiteraard hielden werkgevers, overheid en vakbonden zich er wel mee bezig maar alles ging goed dus waarom zou je er druk om maken? En wat is de rol van Europa hierin? Moeten we landen die een te grote lease op de toekomst hebben genomen blijven steunen? Hoe lossen we al deze problemen op?

Waar we mee moeten beginnen is onszelf de vraag stellen waarom dingen zijn zoals ze zijn en vervolgens waar we met ons allen naar toe willen. Deze vragen zijn lastig te beantwoorden in een sterk geïndividualiseerde samenleving als de Nederlandse. Ieder vind zijn of haar eigen weg en een ieder heeft een eigen mening. De oorspronkelijke gedachte achter de Europese Unie (begonnen als de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal) was heel simpel: ‘nooit meer oorlog’. We hebben nu ruim 60 jaar geen strijd gevoerd op het westelijk deel van het continent, wat in de honderden jaren daarvoor amper is voor gekomen. In het voormalige Oostblok hebben we enige decennia vrij democratische buurlanden er bij gekregen en de strijd tussen naties in de Balkan is gestreden. We staan als land niet langer meer voor militaire en defensieve uitdagingen en zullen ook geen koloniën meer stichten aan de andere kant van de wereld. We moeten zien hoe we onze economie vorm geven en deze afstemmen op de landen om ons heen. Het machtsspel heeft zich naar de parlementen en de financiële markten verplaatst. De oorspronkelijke visie van de Unie is waarheid geworden, maar wat is nu de nieuwe visie? Waar staan we over 60 jaar?

Een plan alleen helpt niet meer. Zie bijvoorbeeld de Verenigde Naties waar volgens plan de belangrijkste macht bij vijf landen in de Veiligheidsraad ligt en door de huidige politieke verhoudingen ook enorm kreupel is geworden. Economische belangen van de vijf landen lijken voorop te staan en zolang deze niet geschaad worden hebben ongebonden partijen (lees: die lak hebben aan internationale verdragen) vrij spel om landen te terroriseren en bevolkingsgroepen te onderdrukken. De concurrentie om schaars geworden grondstoffen wordt heviger en landen die geen antwoord weten te vinden op deze uitdagingen zullen achter blijven. Dit klinkt onoverkomelijk, maar hoeft het niet te zijn.

Als er iets is wat de markt geleerd heeft is dat solistisch optreden met alleen korte termijn winst voor het oog tot desastreuze effecten op de lange termijn leidt. Nu al zijn er tekenen dat de Amerikaanse miljarden impulsen op korte termijn wel voor verzachting hebben geleid, maar dat de lange termijn groei onder druk staat. Waar de politiek een rol in zou moeten spelen is het formuleren van nieuwe visies en de markt bewegen daartoe in dienst te werken. Marktwerking is geen doel maar een middel. We moeten daarom juist zoeken naar die verbanden die ons daarbij helpen, en door zelf te geven ook van anderen te mogen ontvangen. Misschien moeten we daarom op de korte termijn wel een beetje welvaart inleveren, maar als dit betekent dat de welvaart op langere termijn duurzamer en bestendiger is dan zouden we dit serieus moeten overwegen.

Ik hoop met de debatten en commentaren op de campagnes dat de inzet van de verkiezingen een nieuwe visie voor Nederland en Europa zal zijn. One-liners zijn misschien wel leuk en makkelijk, maar de uitdagingen en keuzes waar we voor staan zijn dat niet. Om maar met een klein hoopvol voorbeeld hier een startschot voor te geven: Als de landen aangesloten bij de EU onder één vlag aan de Olympische Spelen hadden meegedaan, dan waren ze ruimschoots boven alle andere landen geëindigd in het medailleklassement.


In de CDA fractie in Enschede is het een goed gebruik om de vergadering te openen met een inspirerende tekst. Afwisselend zijn dit bijbelteksten, gedichten, politieke overwegingen of korte filosofische beschouwingen. Meestal hebben de openingen ook betrekking op de (politieke) actualiteit. Afgelopen fractievergadering was het mijn beurt om te openen en ik vond een zeer toepasselijke tekst van St Ephrem de Syrier (+ 373), onlangs gepubliceerd in ‘Dank aan het verborgen licht’ (zie voor info onderaan deze blog). Op dat moment zaten de Catshuis onderhandelingen ver in de vijfde week en was vlak daarvoor de G500 gelanceerd door Sywert van Lienden.

Een korte weergave van de tekst:

“Denk er maar eens aan hoe eenvoud zonder een hele hoop gedachten die zaken tot stand brengt, die de wereld in leven houden. Die zaken gebeuren juist wanneer één enkele eenvoudige gedachte hen leidt, terwijl ze falen door de inspanning van een hoop gedachten. De boer heeft immers maar één enkele gedachte, namelijk dat hij heel eenvoudig het zaad over zijn veld moet uitstrooien. Wordt hij door andere gedachten lastig gevallen – zodat hij begint na te denken en zich afvraagt of het zaad wel zal ontspruiten of niet en of de aarde het zal vasthouden of teruggeven – dan is hij niet in staat om ook maar iets uit te zaaien. Ongezonde gedachten gedachten hebben zijn ene gezonde gedachte overvallen en ziek gemaakt. En omdat hij ziek geworden is, is zijn gedachte niet meer in staat om nog maar iets tot stand te brengen zoals een gezonde gedachte dat doet.” (pp. 141)

Het mooie hieraan vind ik hoe St Ephrem uitlegt dat je niet op meerdere gedachtes kunt hinken als je iets wil bereiken. Als je constant blijft talmen wat een besluit met je zetels doet dan zul je alleen geleid worden door opportunisme. Waar je in de politiek en het openbaar bestuur constant belangen af moet wegen is dit niet gemakkelijk. Helemaal niet als je constant rekening houdt met peilingen, partijbelangen en de openbare opinie om daar je gedrag op te baseren. Het land besturen wordt dan heel lastig.

In een democratie is de arena het publieke debat waarin partijen en personen hun plannen voor het voetlicht moeten brengen en verantwoorden en op basis daarvan door kiezers beoordeeld worden. Het tegenovergestelde hebben we afgelopen weekend meegemaakt in en rondom het Catshuis. Geen idee of plan kwam naar buiten en hoe langer de onderhandelingen duurden hoe meer er gespeculeerd werd dat verschillende partijbelangen zouden prevaleren en dat daardoor een mislukking reeel werd. En zie daar, het is gebeurd. Wilders deed als gedoger niet mee aan het besturen van Nederland maar hij moet gevoeld hebben dat hij op de keuzes afgerekend zou kunnen worden. Blijkbaar is weglopen dan opportuun afgezet tegen het verdedigen van de voorgestelde maatregelen.

Wat dat betreft draagt de G500 een heel eenduidige boodschap uit: “G500 is een nieuwe beweging bestaande uit jongeren die samen de Nederlandse politiek willen verjongen én vernieuwen, om ons land op die manier toekomstbestendig te maken.” Zonder een oordeel te geven over de inhoudelijke kenmerken van de boodschap en de uitwerking vind ik het een heldere boodschap. Politieke partijen willen vaak heel veel en zijn in Nederland gewend om compromissen te sluiten, juist vanwege de gedachte dat je niet alles alleen kunt beslissen. De recente ontwikkelingen hebben aangetoond hoe verlammend andere gedachten werken.

De PVV liet zich leiden door andere motieven dan het bestuurbaar houden van het land en kwam blijkbaar met te weinig eigen ideeën om de staatsfinanciën in orde en de economie op peil te houden. Het zou goed zijn als CDA en VVD de plannen alsnog aan de kamer voorleggen om dit doel te bewerkstelligen, als dit daadwerkelijk het doel is. Mijn hoop is dat andere partijen in staat zijn om de juiste beslissingen voor in ieder geval het komende jaar te nemen en niet omwille van verkiezingen maatregelen uit de weg gaan. Deze kun je ook tijdens de verkiezingen verdedigen als je er werkelijk achter staat. Voor dit kabinet kwam de vertaling van het werk van St. Ephrem te laat, in ieder geval heb ik er zelf wel van geleerd.

Dank aan het Verborgen Licht is een publicatie van Kees den Biesen en verkrijgbaar via http://www.bol.com/nl/p/nederlandse-boeken/efrem-de-syrier/1001004007119781/index.html (binnenkort) of via het St Ephrem klooster te Glane http://www.morephrem.com/nl/cms/index.php?page=contact-informatie


Dit artikel is een reactie op een stuk van Jan Dirk van der Borg, CDA raadslid in Apeldoorn. Van der Borg gaat in op de huidige onderhandelingen in het Catshuis waar één van de hete hangijzers het budget voor ontwikkelingssamenwerking (OS) is. Ik kan me vinden in zijn betoog, en met name de laatste alinea triggerde mij:

“kijk verder dan alleen naar de grenzen van ons landje. Alleen redden wij het ook niet, zo kunnen ook ontwikkelingslanden niet zonder hulp.”

Hier zit een dubbele boodschap in: verder kijken dan de grenzen van Nederland en arme landen niet de hulp onthouden die ze nodig hebben. Met name in het eerste schuilt een groot gevaar voor ons land. Door steeds meer naar binnen te keren en alleen aan onszelf denken brengen we de economie meer schade toe, terwijl het doel juist het omgekeerde is. Nederland is een van de meest welvarende landen in de wereld en heeft deze welvaart voor een groot te danken aan een sterke internationale positie. Ook de reputatie als het om ontwikkelingssamenwerking gaat heeft hieraan bijgedragen. Zou deze reputatie niet zo hoog zijn dan had Bill Gates zijn oproep onlangs niet gedaan.

Om aan de oproepen van de CDA prominenten, van der Borg en Bill Gates nog wat toe te voegen: kijk naar de combinatie van externe betrekkingen en ontwikkelingshulp. OS kan een vehikel zijn voor bedrijven om enerzijds bij te dragen aan ontwikkelingsdoelstellingen en anderzijds hen kan helpen om voet aan de grond te krijgen in buitenlandse markten. Door publiek private partnerschappen en samenwerking tussen bedrijven en NGO’s te stimuleren kan meer bereikt worden. De 0,7% die we dan besteden kunnen we (deels) terugverdienen door meer internationale handel terwijl we nog steeds verantwoordelijkheid voor een betere wereld dragen.  De PVV zegt dat ze van ontwikkelingshulp af willen, maar op pagina 41 van het verkiezingsprogramma staat ook: “De PVV kiest niet voor hulp maar voor handel.” Laat het CDA nou voor beide kiezen en juist zoeken naar mogelijkheden waar OS en handel elkaar kunnen versterken.

Doen we dit niet en beperken we de rol van Nederland op het internationale toneel, dan lopen we twee belangrijke risico’s:

1. De bevolkingen die hulp nodig hebben raken nog verder achterop, door financiële steun in te trekken verminder je ook je invloed op het beleid in die landen.

2.Door een verslechtering van onze reputatie in met name de derde wereld wordt het lastiger om te kunnen blijven concurreren met andere landen als het om de invoer en doorvoer van grondstoffen gaat. China investeert flink in Afrika om met name de toevoer van grondstoffen zeker te stellen.

We kunnen dan dus wel minder geld aan anderen uitgeven, maar helpen we onszelf daar dan wel mee? En hoe zien we onszelf als wereldburgers? Blijven we maar consumeren ten koste van anderen of dragen we juist bij aan de verbetering van leefomstandigheden voor iedereen?