archiveren

Tagarchief: Syrisch Orthodoxe kerk


Gisteravond (16 maart) presenteerde het nieuwe dioceesbestuur (abrashiye) haar plannen voor de komende jaren aan ongeveer 250 mannen en een enkele vrouw. Met name de financiële situatie en de vormgeving van een nieuwe begraafplaats werden belicht. Kernwoorden hierin: openheid, transparantie en controleerbaarheid. Voor het eerst zijn er concrete bedragen genoemd en is er een plan opgesteld om de schulden (meer dan €2 miljoen) te saneren. Het doel is om deze schulden voor de zomer van dit jaar weg te werken zodat gebouwd kan worden, letterlijk. Want gebouwd zal er worden: eerst is de begraafplaats aan de beurt waar een apart, parallel traject voor is ingezet, daarna komen er nieuwe parkeerplaatsen bij, zal de Dolabani zaal aangepakt worden en werd gehint op het renoveren van het kloostergebouw zelf. Het bestuur zal er druk mee zijn en een nieuwe organisatiestructuur is opgericht waar vooral heel veel verschillende communicatie lijnen in zitten.

Dit alles klinkt mooi en de presentatie werd met behulp van PowerPoint gegeven wat al een hele stap is, maar ik kon geen overstijgende lijn of visie ontdekken. Bovendien vroeg ik me tijdens het eerste deel van de presentatie over de doelstellingen en beleid af wanneer men het over de mensen zelf zou hebben. ‘Wij willen weer vertrouwen hebben’ werd er gezegd, maar niets over hoe dit vertrouwen verkregen zal worden. Op mijn vraag wat het bestuur gaat doen om het afnemende kerkbezoek tegen te gaan kwam van het bestuur geen antwoord, de bisschop greep in en noemde onder andere het SOJP en het priesterseminarie in Salzburg als voorbeelden. Dit zijn op zich goede initiatieven maar daarmee zijn we er nog lang niet. Zonder mensen is er geen kerk, hoe mooi en goed de gebouwen en voorzieningen mogen zijn. Mijn vraag over de positie van de mens werd later wel beantwoord. Deze is aan de beurt als er geld zal worden opgehaald om de schulden af te lossen en om de begraafplaats te realiseren.

Helaas dus, er is een nieuw bestuur met redelijk wat nieuwe gezichten. Er is eindelijk enige openheid over de financiële huishouding en er wordt werk gemaakt van een nieuwe begraafplaats. Maar waar we over 10 jaar willen staan met de kerk en gemeenschap is niets over gezegd. Bovendien lijkt de structuur arbitrair en is het maar de vraag of deze de meest effectieve en efficiënte is.

Vertouwen komt te voet en gaat te paard

In de politiek heb ik regelmatig de spreuk ‘vertrouwen komt te voet en gaat te paard’ gehoord. Vertrouwen is niet iets wat je zomaar krijgt en als het weg is dan is het heel moeilijk om het terug te winnen. Vertrouwen is niet alleen een presentatie en een goede instelling. Tekenend hierbij was het deel dat ging over de nieuwe begraafplaats. Eindelijk heeft het bestuur haar huiswerk gedaan en het verhaal lijkt nu volledig te kloppen. Er zou nog steeds op tijd gestart kunnen worden als de voorfinanciering rond is. Echter, men kreeg zo veel vragen dat ik me af vroeg of dat gaat lukken. De vragen hadden allen één bron: wantrouwen. Vorig jaar heeft het bestuur niets gezegd over de financiële situatie en onduidelijkheid gecreëerd ten aanzien van de collectieve uitvaartverzekering. Ook werden er dingen geroepen die achteraf niet bleken te kloppen. Het bestuur heeft haar huiswerk maar krijgt het dus moeilijk verkocht (terwijl de kosten voor een uitvaart drastisch af zullen nemen!). Het moet zich realiseren dat dit het vertrouwen is dat misschien al over de horizon vertrokken was. Dit in een tijdsbestek van twee maanden terugwinnen is niet realistisch. Het zal zich tegen het bestuur kunnen keren juist vanwege de ontbrekende visie en strategie. Er werd om contingentieplannen gevraagd die voorzien in situaties wanneer de plannen voor de aflossing niet opleveren wat beoogd is en wanneer de verschillende fases van de bouw van de begraafplaats niet gefinancierd kunnen worden. Deze zijn er niet, men gaat uit van de bereidwilligheid van mensen om te betalen en houdt vast aan een zeer optimistische tijdsplanning.

Komende maanden zullen verschillende kerken hun leden in Algemene Vergaderingen bijeen roepen. Het is zaak dat leden nadenken en zich uitspreken over de rol en toekomst van onze kerk in Nederland. Waar staan we over 10 of 15 jaar? Waar moeten priesters en bestuurders zich wel mee bezig houden en waarmee niet? Wat zijn de rol en positie van jongeren in de kerk? Op welke manier vertegenwoordigen besturen de parochies en representeert onze bisschop de kerk? Waarom hebben we überhaupt nog een kerk en klooster? Kortom, clerus, besturen en parochianen moet zich drukker maken over de dag van morgen en de toekomst van hun kinderen dan om hun laatste dag.

Advertenties

De nationale dodenherdenking heeft dit jaar tot enige controverse geleid. Ter discussie stonden onder andere wat herdacht wordt en hoe dat gedaan wordt. Waar geen enkele discussie over bestond was de reden waarom herdacht wordt. Het comité 4 en 5 mei riep dan ook op om juist in verbondenheid te herdenken. De kracht van herdenken zit in het collectieve, hiermee maak je aan jezelf en anderen duidelijk dat je stil staat bij een gebeurtenis die niet vergeten mag worden. De geschiedenis leert ons lessen en geeft bij het herdenken er van invulling aan een gedeelde identiteit.

Een gebeurtenis die zeer zwaar op het gemoed van Syrische christenen uit Turkije en Syrie drukt is de genocide ten tijde van de Eerste Wereldoorlog. Ruim een derde van de oorspronkelijke christelijke bevolking in Zuidoost Turkije werd omgebracht. Volwassenen werden vermoord en het recht om zich te verdedigen werd ontnomen, kinderen werden ontvoerd en ouderen werden de woestijn ingestuurd en aan hun lot over gelaten. De menselijke tol was zwaar, maar wat ook niet vergeten mag worden is het verlies van vele literaire werken, kunst en boeken werden gestolen of verbrand, kloosters en kerken, centra van wetenschap, cultuur en theologie werden ingenomen, leeggeroofd en verwoest. De clerus met name was na een bloedige vervolging eind negentiende eeuw gedecimeerd. Het doel om het Ottomaanse Rijk van christelijke infloeden te ontdoen nam verschrikkelijke vormen aan. In het aramees wordt deze periode Seyfo genoemd, vertaald naar het nederlands: het zwaard.

In een handvol westerse landen wordt deze moord als genocide erkend en in verschillende diaspora gemeenschappen wordt hier bij stilgestaan. Het element dat ontbreekt is echter de collectiviteit. Ondanks dat het in ieders geheugen gegrift is en in elke familie verhalen over deze periode worden doorgegeven zijn we niet in staat gebleken om een herdenking voor deze martelaren in te stellen. Sterker nog, als er al discussie over gevoerd wordt of ergens plannen bestaan voor het oprichten van een monument, dan wordt dit door een aantal partijen aangegrepen om discussie te voeren over de identiteit van de groep. Waar we Suryoye als inheemse volksbenaming gebruiken en voor het grootste gedeelte lid zijn van de Syrisch Orthodoxe kerk (minderheid is Syrisch protestants of Syrisch katholiek), hebben we er moeite mee om ons collectief en eenduidig naar buiten toe te presenteren. Deze discussie maakt ons vleugellam als het om herdenken gaat. Dit doet ook geen recht aan hen die in 1914 en 1915 gestorven zijn, immers zij werden vermoord omdat zij christen waren. Daarom heeft de kerk in deze een grote verantwoordelijkheid. Het geloof is onze bindende factor met de mensen die de oorlog niet overleefd hebben en met hen die de verhalen hebben beschreven en doorverteld. Door hen als martelaren te erkennen en een internationale afspraak om een gedenkdag in te stellen kunnen we hen waardig gedenken en de geschiedenis doorgeven aan hen die na ons komen.

Ik ben blij dat de Suroyoyo – Aramese verenigingen nu het initiatief hebben genomen om de kerk hiertoe te bewegen. De kerkleiding dient uit haar schulp te treden en haar leden nu in staat stellen om collectief deze gebeurtenis en de overledenen te herdenken. Van verenigingen en derden, ongeacht de vlag die ze voeren, verwacht ik respect jegens de martelaars en terughoudendheid in het gebruiken van deze tragische gebeurtenis voor het voeren van discussies over etniciteit. Het is na bijna honderd jaar tijd, laten ook wij in verbondenheid herdenken en de offers die gebracht zijn niet vergeten.

Dit stuk geeft mijn eigen persoonlijke mening weer en is bedoeld om de discussie over dit onderwerp op gang te brengen.


Afgelopen weekend heb ik genoten. Zaterdagavond vond de mor Ephrem viering plaats in het klooster dat naar hem vernoemd is in Glane en zondagavond organiseerde het jongerencomité van de St Yakob van Sarug kerk in Enschede een lagerhuisdebat. De inhoudelijke verschillen waren groot, de mor Ephrem viering stond bol van Syrisch Orthodoxe en Byzantijnse liturgische hymnen en toespraken over de rol van de grootste dichter die de kerk gekend heeft, het lagerhuisdebat ging over stellingen op het raakvlak van maatschappij en kerk. Aan beide heb ik goede herinneringen overgehouden, en wat mij nog het meeste plezier deed waren de overeenkomsten die te vinden waren in de opzet en uitvoering van de avonden.

Beide activiteiten waren georganiseerd door een groep jongeren, bij beide was er geen bemoeienis van de kerkleiding, en beide maken vooral gebruik van FaceBook als belangrijkst communicatie kanaal. Het resultaat: beide activiteiten spraken jongeren aan. Niet alleen om ze bij te wonen maar ook om te participeren in bijvoorbeeld de organisatie, het koor of het debat. Zelf ben ik in het verleden lid geweest van het jongerencomité van Platform Aram, de Aramese socio-culturele vereniging in Enschede waar ik van 2009 – 2011 ook bestuursvoorzitter van ben geweest. En ook daar werd de afgelopen jaren de inzet meer dan ooit te voren op de jeugd gelegd. Een van de mooiste resultaten is dat er nu regelmatig activiteiten zijn voor de jeugd vanaf 12 jaar. Nog een positieve ontwikkeling in zowel de kerkelijke als seculiere jongerenbeweging: meiden staan steeds nadrukkelijker op de voorgrond. Ik heb diep respect voor jongeren die steeds vaker opstaan en zich inzetten voor kerk en gemeenschap.

Het wordt tijd dat de kerk zich meer openstelt voor de jeugd en hen de ruimte geeft om actief te participeren. Al jaren is er sprake van een starre houding welke niet vreemd is voor veel geïnstitutionaliseerde kerken. Maar de vruchten van conservatisme en het gebrek aan transparantie worden steeds wranger: kerken lopen leeg, binding tussen priester en gemeenschap neemt af en steeds meer incidenten tonen aan dat men in de huidige situatie meer verkrampt dan dat de nodige leiderschap en daadkracht getoond wordt. Maar hier zou de jeugd geen boodschap aan moeten hebben. Zij moet haar eigen weg vinden en bepalen. Dat kan voor enkelen moeilijk te accepteren zijn, maar als ik zie dat jongeren die in een zeer geïndividualiseerde maatschappij opgegroeid zijn wel degelijk hechten aan de kerk, hun taal, cultuur en tradities, dan heb ik de hoop dat het goed zal komen. Omdat de wortel sterk is kan de kerk blijven bloeien en een gemeenschap die al 45 jaar in Overijssel woont hoeft haar eigenheid niet te verliezen.

Speciaal voor de jeugd: Youth van Matisyahu

Lees ook een stuk over het debat door Ayfer Koc: http://www.dichtbij.nl/twente-zuid/regio/artikel/2284759/wat-een-lagerhuisdebat-van-suryoye-jongeren-zoal-losmaakt.aspx


Een man vroeg Mor Philoxenos Dolabani in 1965: “Is dit het einde van de Syrisch Orthodox Kerk omdat de gelovigen hun identiteit en religieuze tradities zullen vergeten als ze Turkije ontvluchten?” De bisschop antwoordde: “Het einde van onze kerk zal niet komen mijn zoon. Als de zon voor de Syrisch Orthodoxen in Turkije ondergaat, zal deze ergens anders in de wereld weer opkomen. De gezonde wortel is er en zal er altijd zijn, ook al wordt de boom zelf drastisch omgehakt. Altijd en altijd weer zal de boom weer bloesem dragen, omdat de wortel onbeschadigd is.” (C. Chaillot, 1998)

Kerken kennen veel problemen in deze tijden, met name terugtredende  bezoekersaantallen en weinig betrokkenheid van jongere generaties spelen parten. De Syrisch Orthodoxe Kerk is daarin geen uitzondering. De oudere generatie domineert de besturen, er gaat weinig vernieuwing vanuit de kerkleiding uit, en de gemeenschap lijkt telkens negatiever te kijken naar de toekomst. Soms vraag ik me inderdaad net als de man uit 1965 af of we de kerkelijke tradities en onze religieuze identiteit niet aan het verliezen zijn. Maar gelukkig put ik hoop uit het antwoord van de bisschop, overigens een van de grootste geleerden uit het middenoosten in de vorige eeuw. Gisteren (17 december) kreeg ik weer een dosis hoop geinjecteerd: in het klooster van St Ephrem de Syriër te Glane vond voor de tweede keer op rij de diocese kerstviering georganiseerd door het Syrisch Orthodox Jongeren Platform (SOJP) plaats. Waar vorig jaar sneeuwval roet in het eten gooide was daar dit jaar geen sprake van. De kathedraal was afgeladen en de meer dan 50 jongeren die uren lang vergaderd, geoefend en voorbereid hebben trokken de schatkist van de Syrisch Orthodoxe kerk open. De ceremoniemeester leidde in door te stellen dat we “meer dan 2000 jaar terug zouden gaan in de tijd om het kerstverhaal opnieuw te beleven.” Door korte toneelopvoeringen afgewisseld met hymnen en begeleidende muziek werden de aanwezigen inderdaad weer meegevoerd.

In zijn slotwoord richtte de ceremoniemeester zich ook tot de parochies: “Het wordt tijd dat binnen elke kerk een jongerencomité wordt opgericht om activiteiten te organiseren.” Woorden die mij uit het hart gegrepen zijn en me weer energie gaven om werk te maken van het organiseren van een jongerenbeweging in onze eigen kerk. Mijn dank gaat uit naar het SOJP, en tegen alle jongeren wil ik zeggen: put hoop uit het kerstverhaal en laat je door niets ontmoedigen. De wortel is nog inderdaad sterk en de boom is nog zeker niet omgehakt, maar we moeten er wel zorg voor dragen en als we dat met z’n allen doen zal deze vrucht dragen, dat heeft ze in alle bange dagen van de kerk gedaan en dat zal ze blijven doen.

Leestip: C. Chaillot, The Syrian Orthodox Church of Antioch, a brief introduction, Geneva 1998

De slothymne: Yonesko shafiro (‘de mooie zuigeling’)